DC-PLUS levert huishoudelijke diensten aan gezinnen in de regio Hasselt, Limburg. Welkom, beste lezer.

vrijdag 21 november 2008

Nederlands op de werkvloer

DC-Plus heeft meerdere dienstencheques-medewerksters die nog niet lang in België verblijven. Ze komen uit alle windstreken: Oost-Europa, Noord- en Midden-Afrika, India ... om er maar enkele te noemen. Hun belangrijkste troef tijdens de aanwervingsprocedure was uiteraard hun kwaliteit als huishoudhelpster. "Goed en graag poetsen", dat is een absolute vereiste, die ook uitvoerig bevraagd en zelfs getest wordt.
Communicatievaardigheden zijn uiteraard ook belangrijk. De klant wil kunnen overleggen met de huishoudhelpster. Er worden afspraken gemaakt over de te leveren dienst, of wijzigingen in de planning doorgegeven. En dan is kennis van het Nederlands natuurlijk bijzonder handig.
Hoewel! Wij Vlamingen schakelen nogal rap over op Engels of Frans als dat nodig is. We zijn soepel in die dingen. Laatst kreeg ik een klant aan de lijn die enkele aanpassingen aan de werkregeling wilde bespreken. Toen ze met mij een akkoord had, hoorde ik haar de afspraken doorgeven aan de medewerkster die op dat moment ook in huis was: "Do you agree, Mary?".
Schitterend, zo'n meertaligheid. Maar ook deze medaille heeft zijn keerzijde. Ik pleit er nadrukkelijk voor om vooral het Nederlands niet op te geven. Ik vraag al mijn klanten: praat aub eerst in 't Nederlands met de huishoudhelpster. Pas als dat niet volstaat, herhaal dan die ene zin in de contacttaal, en ga onmiddellijk verder in het Nederlands. Of het Vlaams natuurlijk, daar maak ik voor het gemak even geen onderscheid in.
Hoe kan zij anders haar taal oefenen? Hoe leer je het verschil kennen tussen aandrogen, opdrogen, uitdrogen, indrogen, afdrogen ... als je die woorden nooit hoort of gebruikt? Nederlands is niet makkelijk. Oefening, vééél oefening, baart kunst. In het vakjargon heet dat "kansen op taalproductie bieden", geloof ik. Wie tips kan geven, ondergetekende houdt zich aanbevolen!!

Geen opmerkingen: